Veel elektriciteit wordt opgewekt uit fossiele brandstoffen, maar de voorraad van deze brandstoffen is eindig. Daarbij komen zorgen omtrent de milieubelastende effecten van het gebruik van fossiele brandstoffen. Kernenergie wordt door velen niet als alternatief gezien en dit gevoel is sinds ‘Fukushima’ nog versterkt. Een alternatief kan gezocht worden in energie uit wind en zon, veel Europese landen hebben hier reeds op uiteenlopende schaal in geïnvesteerd. De Frans-Duitse tv-zender Arte zendt vanavond twee documentaires uit waarin verschillende aspecten van dit thema aan bod komen, de stand van de technologische ontwikkeling, de kosten van ontwikkeling van projecten en risico’s van de overstap op hernieuwbare energie.

De eerste documentaire gaat over het idee om in de Saharawoestijn van Noord-Afrika een groot aantal zonnecellen neer te zetten. Deze zouden genoeg energie moeten leveren om in de helft van de behoefte van Noord-Afrika en een deel van de West-Europese behoefte te voorzien. Door de schaal van het project is het maar de vraag of het uitvoerbaar is, dit wordt in de documentaire onderzocht.

De tweede documentaire gaat over het verschijnsel dat steeds meer burgers in Frankrijk en Duitsland zich tegen de bouw van windmolenparken keren.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


  • Strom aus der Wüste, ARTE, 23 oktober, 21:50 uur
  • Kampf gegen Windparks, ARTE, 23 oktober, 22:50 uur


Arte wil klaarblijkelijk laten merken dat er oog is voor verschillende kanten van de kwestie hernieuwbare energie, dat is lovenswaardig. Wat niet in de documentaires aan bod komt, maar ook een interessante kwestie is, is hoe ver de omschakeling op energie uit wind en zon moet gaan. De Frankfurter Allgemeine Zeitung publiceerde onlangs een interessant artikel dat de vinger legt bij een probleem met energie uit wind en zon dat nog niet zo vaak ter sprake komt. Doordat Duitsland na Fukushima versneld een aanzienlijk aantal kerncentrales heeft gesloten, wordt het land ineens met deze problemen geconfronteerd. De problemen hebben vooral met capaciteit te maken. Enerzijds wordt veel van de windenergie in het noorden van het land opgewekt, terwijl grofweg in het zuiden van het land meer energie verbruikt wordt. De bestaande infrastructuur is er echter niet op berekend dat stroom door het hele land getransporteerd moet worden. Anderzijds kunnen er problemen ontstaan door overcapaciteit. Doordat de bouw van windmolenparken door de Duitse overheid gestimuleerd wordt is dit erg aantrekkelijk. Dit betekent in de praktijk echter dat wanneer het hard waait een deel van de windmolens van het net afgehaald moet worden. Dit roept de vraag op of het wel wenselijk is om volledig over te stappen op wind- en zonne-energie. Het weer kan immers erg wisselvallig zijn. Als een land als Duitsland volledig op deze energiebronnen over zou stappen, dan zou het op bewolkte, windstille dagen energie tekort komen, terwijl de energiebehoefte dan juist groot is. Door het sluiten van diverse kerncentrales is het ook recent al voorgekomen dat Duitsland Oostenrijkse stroom moest invoeren. Om dit probleem op te vangen zou gekozen kunnen worden voor het behouden van een aantal kolen- of gascentrales als back-ups. Het is echter nogal een dure aangelegenheid om verscheidene elektriciteitscentrales open te houden, die doorgaans niet gebruikt worden, maar alleen in bedrijf komen wanneer de windmolenparken niet in de behoefte kunnen voorzien. Het artikel is hier te lezen: Energiewende: Der Triumph der Planwirtschaft

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.