Enkele inwoners van het Vorstendom Liechtenstein zijn begin februari een petitie begonnen om de macht van de vorst in te perken. Liechtenstein is een constitutionele monarchie, waarin de vorst onder meer het recht heeft het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Daarnaast heeft hij een vetorecht, in de zin dat hij kan besluiten een wet niet te ondertekenen. Naast de constitutionele monarchie kent het Alpenstaatje, net als het naburige Zwitserland, een ruime mogelijkheid tot volksraadpleging. De initiatiefnemers van de petitie willen nu dat er een referendum wordt uitgeschreven om het vetorecht van de vorst te beperken, zodat hij geen veto meer kan uitspreken over de uitkomst van referenda.

Directe aanleiding voor de petitie was een referendum dat afgelopen najaar gehouden werd over de vraag of abortus in de eerste twaalf weken van zwangerschap vrij toegestaan moest worden. De katholieke vorst gaf toen aan dat hij ongeacht de uitkomst  van het referendum voor een dergelijke wet niet zou tekenen. Zo ver kwam het echter niet, aangezien de wijziging van de abortuswet met 52,3% verworpen werd.

De regering heeft reeds aangegeven dat een referendum over het beperken van het vetorecht van de vorst in principe toelaatbaar zou zijn, het inzamelen van de benodigde handtekeningen voor de petitie om een referendum aan te vragen, kan beginnen nadat ook het parlement heeft getoetst of de petitie aan de juridische vereisten voldoet.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Het vorstenhuis heeft inmiddels afwijzend gereageerd op het initiatief. Erfprins Alois, die uit naam van zijn vader vorst Hans-Adam II regeert, gaf in zijn troonrede op 1 maart aan dat het doel van de petitie slechts bereikt kon worden met een referendum over afschaffing van de monarchie. Bij een eerdere gelegenheid had hij al gesuggereerd dat het land zich wel Republiek Bovenrijndal zou kunnen noemen als het het vorstenhuis zijn rol niet gunt. De naam Liechtenstein is immers verbonden aan het vorstenhuis, dat zich bij afschaffing van de monarchie in Oostenrijk zou vestigen.

“Deze staatsvorm van het dualisme [van constitutionele monarchie en parlementaire democratie, JvT]heeft zijn waarde sinds zijn invoering in 1921 bewezen en brengt veel voordelen met zich mee, met name een grote politieke stabiliteit, een hoge continuïteit in de leiding van het bestuur en een unieke identiteit. Het vorstenhuis is slechts dan bereid, politieke verantwoordelijkheid te nemen, wanneer de vorst ook in de optiek van het vorstenhuis daarvoor de benodigde politieke instrumenten heeft. Wanneer het volk dit echter niet meer wil, dan wil het vorstenhuis ook geen politieke verantwoordelijkheid meer nemen en zich met een duidelijke snede geheel uit het politieke leven van Liechtenstein terugtrekken. De naam Liechtenstein is immers te nauw met het vorstenhuis verbonden, dan dat niet ook daarna het vorstenhuis in verband gebracht zou worden met de politiek van Liechtenstein. Als vijgenblad voor een niet meer door het vorstenhuis gedragen politiek wil het vorstenhuis niet dienen”, zo stelde de prins-regent in zijn rede.

In 2003 stemde ondanks kritiek van de Raad van Europa nog twee derde van de bevolking in een referendum in met de eis van Hans-Adam II dat hij naast het recht om het parlement te ontbinden en verkiezingen uit te schrijven, ook het grondwettelijke recht zou krijgen om de regering te ontslaan. Tegenstanders van dit voorstel stelden destijds dat het om een poging ging de absolute monarchie opnieuw in te voeren, terwijl voorstanders meenden dat het slechts om een verduidelijking van de constitutionele verhoudingen ging. Een jaar later nam kroonprins Alois de leiding van de regering over van zijn vader.

De politiek van Liechtenstein wordt sinds de invoering van directe parlementsverkiezingen in 1918 gedomineerd door twee partijen, de Vaderlandse Unie en de Vooruitstrevende Burgerpartij, beide centrum-rechtse partijen waarbij de laatste de meest conservatieve is. Sinds de laatste verkiezingen nemen de twee regerende partijen 24 van de 25 parlementszetels in, 1 zetel wordt bezet door een sociaaldemocraat.

Slot Vaduz, residentie van het Huis Liechtenstein in de gelijknamige hoofdstad van het vorstendom

Het Huis Liechtenstein, waaraan het vorstendom zijn naam ontleent, stamt van kasteel Liechtenstein in Neder-Oostenrijk. Het vorstendom Liechtenstein ontstond in de achttiende eeuw, nadat het Huis Liechtenstein de heerlijkheid Schellenberg en de graafschap Vaduz had gekocht van het Huis Hohenems. Daarvoor bezaten de Liechtensteins reeds diverse domeinen in Centraal-Europa, maar dit waren leengoederen van andere vorsten. Karel VI, keizer van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, verhief de samengevoegde domeinen in 1719 tot vorstendom Liechtenstein. Ten gevolge van de Napoleontische oorlogen werd Liechtenstein aan het begin van de negentiende eeuw een zelfstandig land, hoewel de banden met Oostenrijk-Hongarije nauw bleven, mede vanwege de andere bezittingen van het vorstenhuis. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde die band, doordat Oostenrijk-Hongarije ontmanteld werd en de monarchie werd afgeschaft. Na de Tweede Wereldoorlog werden de bezittingen van het Huis Liechtenstein in het toenmalige Tsjechoslowakije aan de staat verbeurd verklaard, hierover lopen nog steeds juridische geschillen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.