“Ik heb gehuild”, zo bekende paus Franciscus op de terugvlucht van zijn Azië-reis tegenover de hem begeleidende journalisten. Het was echter niet de wereldwijd toenemende vervolging van zijn christelijke geloofsbroeders, die het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk tot tranen roerde, maar het lot van de islamitische Rohingya, die door het Birmese bewind als buitenlandse indringers gezien worden.

Van de zomer is er opnieuw gewapend conflict opgelaaid in Birma, nadat een gewapende, islamistische Rohingya-groepering grensposten aanviel, waarbij Birmese militairen omkwamen. Het Birmese leger sloeg hard terug, waarop honderdduizenden Rohingya zich als vluchtelingen naar het naburige Bangladesh begaven.

In Bangladesh hebben de islamitische Rohingya niets te vrezen, want daar is, anders dan in het overwegend boeddhistische Birma, de islam sinds 1988 staatsgodsdienst. Voor de kleine in Bangladesh levende christelijke minderheid heeft dat gegeven een andere lading. Hun situatie is in de afgelopen jaren duidelijk achteruit gegaan. Mensenrechtenorganisaties berichten over toenemend geweld tegen religieuze minderheden in Bangladesh, weliswaar niet van overheidswege, maar de overheid kan de christenen met name op het platteland evenwel niet vrijwaren van intimidatie, geweld en aanslagen door islamitische groeperingen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Het Vaticaan vond het kennelijk nodig dat te bagatelliseren en spreekt van een “grotendeels vreedzaam samenleven van de verschillende godsdienstige gemeenschappen” in Bangladesh. Geen wonder dan, dat de paus geen tijd in wilde ruimen tijdens zijn reis voor een ontmoeting met geloofsbroeders die uit de eerste hand hadden kunnen vertellen over hun benarde positie.

Maar ook de Rohingya-vluchtelingen kopen er niets voor, dat de paus in Bangladesh wel per se een ontmoeting met hèn wilde hebben. In plaats van zich hierover in duidelijke taal tot de Birmese regering te richten, heeft hij in Bangladesh tegenover de Rohingya daar zalvend verklaard: “We zullen niet de andere kant op kijken. We zullen onze harten niet toesluiten.”

Daarvan is niemand onder de indruk. Zo zal de verdrukking van de Rohingya in Birma verder gaan – en die van de christenen in Bangladesh sowieso.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.