Vandaag vijftig jaar geleden begon Israël een offensief waarmee het op oorlogsvoorbereidingen van zijn Arabische buurlanden alsmede de blokkade van de haven van Eilat reageerde. Het zo geopende militaire conflict duurde slechts zes dagen en eindigde in een totale overwinning voor de Joodse staat. Verantwoordelijk hiervoor was niet in de laatste plaats de zigzagkoers van de Sovjet-Unie.

Op 20 mei 1967 constateerde de toenmalige Syrische minister van Defensie Hafiz al-Assad: “Onze strijdkrachten zijn nu volledig paraat [..], om de bevrijding in te zetten en de zionistische aanwezigheid in het Arabische thuisland op te blazen. Als militair geloof ik, dat de tijd gekomen is om de vernietigingsoorlog te voeren.”

Vernietiging

Op vergelijkbare wijze liet een week later Gamal Abdel Nasser, president van Egypte, zich uit: “Ons fundamentele doel is de vernietiging van Israël. Het Arabische volk wil strijden.” Dat was geenszins alleen holle retoriek met het oog op vroegere nederlagen van de Arabieren tegen de Joodse staat tijdens de oorlogen van 1948/49 en 1956. Het bewijs daarvoor zijn de gelijktijdige militaire maatregelen. De aanleiding daarvoor was niet in de laatste plaats een bericht uit Moskou van 13 mei 1967, dat stelde dat Israël van plan zou zijn Syrië aan te vallen. Nasser verplaatste de dag daarop drie infanterie- en twee tankdivisies naar het Sinaï-schiereiland en de Gazastrook, waar reeds 10.000 man van het zogeheten Palestijnse Bevrijdingsleger (de militaire tak van de PLO) en nog een Egyptische divisie klaar stonden. Ook in Syrië en Jordanië kwam het tot dergelijke grote troepenverplaatsingen, waaraan ook Saoedi-Arabische en Iraakse contingenten deelnamen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Al met al brachten de Arabische staten zo’n 340.000 soldaten en 2.200 tanks en een kleine 1.000 gevechtsvliegtuigen tegen Israël samen. Israël beschikte over een regulier leger van 60.000 man, maar kon daar bovenuit nog 200.000 reservisten mobiliseren.Verder had Israël zo’n 800 tanks en 350 vliegtuigen.

Terugtrekking VN-vredestroepen

Een verdere escalatie van de situatie werd gebracht door de terugtrekking van VN-vredestroepen (UNEF) uit de Sinaï. Dit was door Nasser afgedwongen, zonder dat de internationale gemeenschap er tegen in opstand kwam. Verder besloot de Egyptische president eind mei tot blokkade van de Straat van Tiran, waarmee de Golf van Akaba werd afgesloten en daarmee de toegang tot de voor Israël economisch van vitaal belang zijnde haven van Eilat, een vergrijp tegen het geldende zeerecht.

Rugdekking door de Sovjet-Unie

Dat Nasser en de andere Arabische staatshoofden een dergelijke confrontatie meenden te kunnen riskeren, lag aan de veronderstelde rugdekking door de Sovjet-Unie. Per slot van rekening had de Sovjet-Unie in 1966 het ‘schild-en-zwaard-plan’ voor Egyptische offensieven tegen Israël vanuit de Sinaï ontworpen en tegelijk moderne wapens aan de Arabieren geleverd, waaronder vliegtuigen van het type MiG-21 en Tu-16, als ook T-55-tanks en diverse oorlogsschepen.

Bovendien stuurde het Kremlin de beide kruisers ‘Dzerzjinski’ en ‘Oktjabrskaja Revoljuzija’ en tien torpedobootjagers en een dozijn onderzeeërs voor de kust van de Levant. Deze vloot neutraliseerde de Israëlische marine, die slechts twee torpedobootjagers, een fregat, twee onderzeeërs en enkele snelle aanvalsvaartuigen had.

Frans wapenembargo

Verder werd de positie van de Joodse staat ook nog verzwakt door het door president Charles de Gaulle afgekondigde Franse wapenembargo, waardoor de levering van Mirage-III-onderscheppingsjagers werd afgebroken.

Zo bezien stond Israël met de rug tegen de muur en moest het voor de derde keer sinds haar oprichting voor zijn voortbestaan vrezen. Hieruit kwam het besluit van 3 juni 1967 voort, om zonder oorlogsverklaring tot de aanval op de Arabieren over te gaan. Het besluit viel slechts 24 uur na de benoeming van Moshe Dayan, de charismatische vroegere opperbevelhebber van het leger en de overwinnaar van de Sinaïoorlog van 1956, tot minister van Defensie.

De Egyptische luchtmacht beschikte over MiG-21-gevechtsvliegtuigen, deze konden echter door Israël op de grond vernietigd worden.

Verrassingsaanval

Beslissend voor de snelle overwinning van de Israëli’s in de daaropvolgende, slechts zes dagen durende gevechtshandelingen was de verrassingsaanval van 5 juni 1967, waardoor de zwaar bewapende Egyptische luchtmacht op de grond vernietigd werd. Nassers piloten hadden weliswaar in afwachting van een aanval vanaf het aanbreken van de dag in de cockpit van hun toestellen gezeten, maar waren dan om kwart voor negen toch gaan ontbijten. Juist op dat moment verschenen verrassend de aanvallers met de davidssterren aan de hemel. Door het zo behaalde overwicht in de lucht, kon het Israëlische leger bliksemsnel de hele Sinaï veroveren en op 8 juni optrekken naar het Suezkanaal.

De Syriërs en Jordaniërs verging het op vergelijkbare wijze. Nadat ze de meeste van hun vliegtuigen verloren hadden, bezetten Israëlische troepen eerst Oost-Jeruzalem en dan de Westelijke Jordaanoever. Ook de Golanhoogten aan de grens met Syrië werden ingenomen. Na het succesvol uitvoeren van deze operaties en de Sinaï-veldtocht was het zelfs mogelijk geweest naar Caïro, Amman of Damascus op te trekken.

Volledige nederlaag

De volledige nederlaag van de Arabieren was in belangrijke mate een gevolg van de weigering van de Sovjet-Unie om in te grijpen. Verzoeken om luchtsteun wees Moskou op 7 juni af. Het Kremlin had intussen namelijk ingezien dat anders drastische reacties van de Verenigde Staten dreigden. Zodoende drong de Sovjet-Unie op een snelle wapenstilstand aan, die dan ook al op 11 juni 1967 tot stand kwam.

Tel Aviv was hiertoe bereid, omdat het inmiddels – afgezien van het zuiden van Libanon – alle gebieden onder controle had, van waaruit het in het verleden bedreigd of aangevallen was. De overwinning kostte Israël bijna 800 doden en 2.600 gewonden, alsmede 46 vliegtuigen en 122 tanks.

De Arabische zijde verloor daarentegen meer dan 20.000 man en de bulk van haar kort daarvoor nieuw aangeschafte militaire materieel. Zodoende hadden de Arabische staten meerdere jaren nodig om zich van de even beschamende als omvattende nederlaag te herstellen. Daarna zouden Egypte en Syrië in 1973, tijdens het belangrijke joodse feest Jom Kipoer, Israël aanvallen. Ook deze vierde Arabisch-Israëlische oorlog zou voor de Arabieren echter een debacle worden.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.