Met de moord op de VN-bemiddelaar in Palestina, Folke Bernadotte, probeerden Joodse terroristen 70 jaar geleden te verhinderen dat er een vredesakkoord kwam dat niet alleen de belangen van Israël, maar ook die van de Arabieren zou dienen. De uitwerking van deze terroristische daad is tot op de dag van vandaag merkbaar.

Als kleinzoon van de toenmalige koning van Zweden en Noorwegen Oskar II, stonden voor de op 2 januari 1895 in Stockholm geboren Folke Bernadotte, graaf van Wisborg, veel carrièrepaden open. Hij zou in eerste instantie kiezen voor een loopbaan als cavalerie-officier. Aansluitend werkte de majoor b.d. als Zweedse commissaris-generaal op de wereldtentoonstelling in New York en als directeur van de padvindersorganisatie Sveriges Scoutförbund. Op 1 september 1943 werd Bernadotte benoemd tot vicevoorzitter van het Zweedse Rode Kruis. In deze hoedanigheid bekommerde hij zich in eerste instantie om de uitwisseling van krijgsgevangenen en reisde ondanks geallieerde bombardementen in het voorjaar van 1945 naar Duitsland. Daar voerde hij persoonlijk onderhandelingen met de Reichsführer SS, Heinrich Himmler. Deze leidden tot de vrijlating van in totaal 21.000 concentratiekampgevangenen die in witte bussen met het embleem van het Rode Kruis naar Zweden overgebracht werden – 8.000 van de geredde personen waren van diverse Scandinavische afkomst, de rest kwam uit andere Europese landen, waarbij zo’n 5.000 van de gevangenen Joden geweest zouden zijn.

Bernadotte-actie, een witte bus met Deense gevangenen uit Duitsland rijdt door Odense, Denemarken, 17 april 1945 (foto: Nationalmuseet).

Na de oorlog stond de graaf aan het hoofd van de hulpmissies van het Zweedse Rode Kruis in Duitsland, Oostenrijk en enkele Oost-Europese landen en werd hij uiteindelijk voorzitter van het Zweedse Rode Kruis, alsmede voorzitter van het Internationale Rode Kruis.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Op grond van zijn inmiddels wereldwijde reputatie werd Bernadotte op 20 mei 1948 als eerste bemiddelaar van de Verenigde Naties in Palestina gekozen. Daar moest hij in uitvoering van VN-Resolutie 186 van 14 mei voor de veiligheid van de burgerbevolking en de heilige plaatsen zorgen en een vredesoplossing bereiken. De noodzaak van deze inzet vloeide voort uit het uitbreken van een burgeroorlog na de bekendmaking van het VN-plan van 29 november 1947 om Palestina op te delen, alsmede uit het uitbreken van de eerste Arabisch-Israëlische oorlog ten gevolge van de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring van 14 mei 1948.

Ter beëindiging van het conflict, in de loop waarvan ongeveer 750.000 Palestijnse Arabieren vluchtten of verdreven werden, terwijl tegelijkertijd vergelijkbare aantallen Joden de omliggende Arabische staten verlieten en naar Israël stroomden, legde Bernadotte op 28 juni en 16 september 1948 twee bemiddelingsvoorstellen voor, die verder ook het handschrift van zijn plaatsvervanger, de Amerikaanse diplomaat en ex-geheim agent Ralph Bunche, vertoonden. Deze voorstellen hielden in essentie in het bestaan van de Joodse staat Israël op het grondgebied van het voormalige Britse mandaatgebied Palestina als feit te aanvaarden, waarbij echter de definitieve grenzen en de status van Jeruzalem nog door de VN vastgesteld zouden moeten worden. Bovendien hadden de Palestijnse Arabieren het recht op terugkeer naar hun thuisland alsmede een gepaste schadeloosstelling voor eventueel verlies van eigendom. Daartoe schreef de graaf woordelijk in zijn rapport aan de algemene vergadering van de VN:

“Het zou een schending van de principes van de elementaire gerechtigheid zijn, als deze onschuldige slachtoffers van het conflict het recht ontzegd zou worden naar hun thuisland terug te keren, terwijl joodse immigranten naar Palestina stromen en tenminste het gevaar van een permanente verdringing van de Arabische vluchtelingen dreigt, die sinds eeuwen in het land geworteld zijn.”

De Israëlische onderhandelingspartners van Bernadotte lieten evenwel geen enkele bereidheid zien om op deze voorstellen in te gaan – een houding die Israël sindsdien niet veranderd heeft. Ofschoon de Israëlische regering de poot stijf hield, vreesden radicale zionisten, dat Bernadotte uiteindelijk zijn oplossing door zou weten te zetten. Derhalve besloot de joodse terroristische groepering Lochamei Cherut Jisrael hem te liquideren.

Het concrete besluit hiertoe werd genomen door Yitzhak Jazernicki, die de naam Yitzhak Shamir had aangenomen en in de jaren ’80 als Likoed-politicus premier van Israël zou worden, Nathan Yelin-Mor, beter bekend als Nathan Friedman, en Israel Scheib, beter bekend als Israel Eldad. De uitvoering van de aanslag berustte bij Yehoshua Cohen, Yitzhak Ben-Moshe, Avraham Steinberg en Meshulam Makover. Deze groep van vier opereerde op 17 september 1948 in Israëlische militaire uniformen en stelde in de Jeruzalemse wijk Katamon een ogenschijnlijk echte controlepost in, waar de onbeveiligde colonne auto’s met Bernadotte en de commandant van het Franse contingent van de VN-vredesmissie ter bewaking van de wapenstilstand (UNTSO), kolonel André Serot, tot staan gebracht werd. Cohen vuurde vervolgens met zijn volautomatische handvuurwapen van het type MP40 door een venster van de Chrysler-limousine waarin de graaf en Serot zaten en vermoordde zo beiden met in totaal 24 schoten, ook al poogde de chauffeur van de auto, de Amerikaanse kolonel Frank Begley de schutter nog met gevaar voor eigen leven te ontwapenen.

Daarop ontkwamen de aanslagplegers, terwijl de VN-bemiddelaar in allerijl naar het Hadassah Mount Scopus ziekenhuis gebracht werd, waar hij dood verklaard werd. De Israëlische autoriteiten ondernamen geen bijzondere inspanningen om de moordenaars van Bernadotte in de kraag te vatten of ten minste te identificeren. Zodoende kon Cohen later lijfwacht en vertrouweling van premier David Ben-Goerion worden. Zijn deelname aan de dodelijke aanslag op Bernadotte werd pas in 1977 bekend, terwijl het moordwapen zelfs pas in februari 2018 weer opdook in een opslagkamer voor bewijsmateriaal van de Israëlische politie.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.